Gevaarlijke stoffen

De Europese Unie stemt dit najaar over een nieuw wetgevend kader voor het registreren en commercialiseren van chemische stoffen. Milieu- en gezondheidsbelangen staan tegenover economische belangen van de chemische industrie.
Sinds oktober 2003 is er in de EU een discussie aan de gang over een nieuw wetgevend kader voor het registreren en verhandelen van chemische stoffen. Dat debat moet dit najaar zijn definitieve beslag krijgen. Het nieuwe wetgevende kader luistert naar de naam REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen). Van de 100.000 chemicaliën die deel uitmaken van ons dagelijks leven en verborgen zitten in nagenoeg al onze consumptiegoederen zullen er zo’n 30.000 onder de nieuwe regelgeving vallen. Bedoeling is de voor mens en milieu gevaarlijke stoffen tegen 2020 van de markt te bannen. Dat werd overeengekomen op de EU-top van Göteborg in 2001. REACH verplicht de industrie de nodige gegevens te verstrekken over de op commerciële schaal verspreide stoffen, het vraagt een grondige evaluatie van de schadelijkheid van de meest zorgwekkende stoffen alvorens ze een vergunning voor commercialisering krijgen, en het verplicht de industrie om, indien mogelijk, die stoffen te vervangen door minder schadelijke alternatieven.
REACH moet de Europese chemische wetgeving van 1981 vervangen. Via die regelgeving werden ongeveer 2000 nieuwe stoffen geregistreerd, maar van 98 procent ervan beschikt men over onvoldoende gegevens. Intussen is wel vastgesteld dat zo’n 1500 chemische stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid omdat ze kankerverwekkend zijn, schadelijk voor de voortplanting, hormoonverstorend, allergieën of astma veroorzaken. Andere stoffen tasten blijvend het milieu aan omdat ze verontreiniging van het oppervlaktewater, aantasting van de ozonlaag of verlies aan biodiversiteit veroorzaken.
Dat zorgde voor veel discussie en polarisatie in de EU. De verantwoordelijken en verdedigers van milieu en gezondheid willen een sterke regelgeving, wie voor competitiviteit en industrie staat, wil een zo zwak mogelijk wetgevend kader. De druk vanuit de chemische sector is bijzonder groot. De chemie is immers de grootste en snelst groeiende industriële sector in Europa. Ook op mondiaal vlak is de EU een belangrijke speler, goed voor 31 procent van de chemische productie van de OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).
Analyses over de impact van zo’n wetgevend kader wijzen op een besparing in de gezondheidszorg van 50 miljard euro gespreid over dertig jaar, terwijl de totale kostprijs voor de industrie gespreid over ruim tien jaar geschat wordt op 2,8 tot 5,2 miljard euro.
Het eerste ontwerp van REACH zag het licht in 2003 en een eerste lezing van dit voorstel in het Europese Parlement en de Commissie is intussen achter de rug. De tweede lezing en definitieve beslissing wordt dit najaar verwacht. De huidige tekst is een fel afgezwakte versie van het originele voorstel en is minder veeleisend dan de regels die sommige lidstaten vandaag al hanteren. Vooral op het vlak van verplichting tot informatieverschaffing zijn er toegevingen gedaan, tot grote bezorgdheid van milieuorganisaties en consumentenverenigingen. Het te verwachten akkoord kan al in 2007 in werking treden. Dan is er nog tot 2020 de tijd om de productie en het gebruik van de schadelijkste chemische stoffen effectief een halt toe te roepen. (adw)
>> www.eeb.org

De hele wereld kijkt toe



REACH, de EU-regelgeving die gevaarlijke chemicaliën uit ons leefmilieu moet weren, staat niet enkel onder druk van industriële lobby’s. Ook buitenlandse regeringen proberen een strenge regelgeving af te houden. De Zuid-Afrikaanse president Mbeki liet weten dat de Afrikaanse mijnsector het slachtoffer zou kunnen worden van de voorgestelde regelgeving en ook de APEC-landen (de economische samenwerking van Azië-Stille Oceaan) protesteerden omdat ze vrezen dat hun kleine en middelgrote ondernemingen niet over de middelen beschikken om te voldoen aan de vooropgestelde hoge normen.
In 2003 al stuurde de VS-regering een brief aan haar Europese ambassadeurs met de vraag om REACH zo veel mogelijk af te zwakken. De VS vrezen dat zo’n sterk wetgevend kader in een economische supermacht als de EU wel eens mondiaal de maatstaf zou kunnen vormen. In juni publiceerden dertien belangrijke handelspartners van de EU (India, Brazilië, Mexico, Singapore, Zuid-Afrika, Thailand, Chili, Israël, Korea, Maleisië, Australië, Japan en de VS) een oproep om REACH af te zwakken. Zij waarschuwen tegen de mogelijke verstoring van de internationale handel en vragen dat registratie en controles alleen van toepassing zouden zijn op producten waarvan het risico voor milieu en gezondheid onbetwistbaar is. Daarnaast zijn ze gekant tegen verplichte substitutie omdat dit de markt onnodig verstoort.
Er wordt ook geargumenteerd dat REACH onverenigbaar zou zijn met de WTO-regelgeving. Het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO hield hierover al een overleg in de speciale commissie die zich buigt over artikel 2.2 dat gaat over Technische Handelsbarrières (TBT): ‘Leden mogen geen technische maatregelen nemen die onnodige obstakels invoeren voor de handel.’ Maar volgens de bevoegde EU-ambtenaren is er geen sprake van inbreuk op de TBT-bepalingen. (adw)
>> www.ictsd.org

Het gat wordt kleiner


Schadelijke stoffen moeten vervangen worden door alternatieven als die beschikbaar zijn op de markt. Dat is de kern van het substitutiebeginsel van REACH, waarover dit najaar nog fel gedebatteerd zal worden. Nochtans is aangetoond dat zo’n aanpak kan werken. De ongerustheid over aantasting van de ozonlaag leidde in 1985 tot de Conventie van Wenen waarin de internationale gemeenschap zich ertoe engageerde om het gebruik van CFK’s (chloorfluorkoolstofverbindingen) af te bouwen.
Die conventie werd in 1987 uitgebreid met het Montreal Protocol, dat een honderdtal chemische stoffen groepeert die nadelig zijn voor de ozonlaag. In dat protocol hebben industrielanden beloofd de leiding te nemen in het afbouwen van die geviseerde stoffen en het op de markt brengen van alternatieven.
Wetenschappelijk onderzoek heeft onlangs aangetoond dat het gat in de ozonlaag langzaamaan kleiner wordt. Toch is ook hier de druk van de industrie groot. Volgens het Montreal Protocol moesten de industrielanden het gebruik van methylbromide -een sproeimiddel tegen ziektes in de bodem en plagen aan gewassen- afbouwen tegen 1 januari 2005. Maar in maart 2004 kwam er voor de VS, verschillende EU-lidstaten en enkele ontwikkelingslanden een uitzondering. Ontwikkelingslanden kregen immers tot 2015 de tijd om af te bouwen, wat volgens de vertegenwoordigers van de landbouwsector in de VS oneerlijke concurrentie is. De milieuorganisaties stellen echter dat er voldoende alternatieven zijn die gecommercialiseerd kunnen worden zonder te veel kosten. (adw)
>> http://ozone.unep.org

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.