Plattelandskinderen met hiv zijn 'verloren'

De elfjarige Irene Thembo ligt opgerold als een foetus op een witte, houten bank in een polikliniek op het platteland van Zimbabwe. Haar beide ouders zijn overleden aan hiv-gerelateerde ziekten en ze is erg ziek.
Irene (gefingeerde naam) weegt zestien kilo, haar haar is uitgedund en haar ogen zijn dof. Sinds haar tweede jaar komt ze geregeld voor behandeling in de kliniek.

Op haar medische kaart staat waarvoor ze er eerder is geweest: longontsteking, tuberculose, overgeven, huiduitslag, koorts, ondervoeding en diarree. Niemand in het ziekenhuis heeft het idee geopperd om een hiv-test te doen, ondanks het feit dat haar symptomen duiden op een besmetting met dat virus.

Irene gaat samen met haar oma naar de consultatieruimte. Met moeite trekt ze haar schooluniform uit. Ze heeft dunne ledematen en een vlekkerige uitslag op haar bovenlijf. Haar stem is zwak en nauwelijks te horen tussen het hijgen en hoesten door.

“Ze heeft de hele nacht overgegeven”, zegt haar oma. “Ze is te zwak om te lopen en kan niets. Ik maak me zorgen, want het wordt elke dag erger.”

Geen testen



De elfjarige Irene is zeer waarschijnlijk hiv-positief, maar ze weet het niet. En misschien komt ze daar ook niet achter, want de kliniek heeft geen faciliteiten om haar op hiv te testen.

De Mugarakamwe Clinic ligt in een van de armste districten van de Zimbabwaanse provincie Mashonaland Central, zo’n tweehonderd kilometer ten noorden van Harare. Omdat de regio geen openbaar vervoer heeft, moeten mensen soms vijftien tot twintig kilometer lopen om de kliniek te bereiken. Er is ook geen mogelijkheid om Irene naar een ziekenhuis te vervoeren waar ze getest kan worden.

De kliniek heeft verder geen medicijnen om Irene te behandelen, kampt met gebrek aan personeel en heeft geen arts. De dichtstbijzijnde arts is te vinden in het district Guruve, zo’n honderd kilometer verderop. Er zijn ook geen artsen die de Mugarakamwe Clinic bezoeken om er spreekuren te houden.

Mugarakamwe is niet de enige kliniek die slecht uitgerust is. De situatie hier is representatief voor het grootste deel van het Zimbabwaanse platteland, waar kinderen met hiv niet behandeld worden.

Overheidsklinieken op het platteland moeten het doen zonder belangrijke medicijnen en basismaterialen zoals schoonmaakmiddelen, chirurgische handschoenen en bandages.

Goedkoper



Een arts in het ziekenhuis van Guruve, die anoniem wil blijven uit angst voor politieke druk, zegt dat medicijnen tegenwoordig goedkoop zijn, maar dat de gezondheidszorg voor vrouwen en kinderen in het land nog steeds erg zwak is.

“Plattelandskinderen met hiv worden meestal als verloren beschouwd”, zegt hij. “Als er al behandeld wordt, zijn het volwassenen die behandeling krijgen. De behandeling van volwassenen is goedkoper en gemakkelijker.”

Om erachter te komen of een kind jonger dan achttien maanden geïnfecteerd is, is een speciale, dure test nodig. Wel kan op grond van alleen symptomen alvast met een behandeling worden begonnen.

“Kinderen behandelen is gecompliceerder, deels omdat de medicatie constant afgestemd moet worden op hun lengte en lichaamsgewicht. Medicijnen voor kinderen zijn ook duurder dan die voor volwassenen, tot voor kort waren ze drie keer zo duur.”

Door gebrek aan behandeling sterft de helft van alle kinderen met hiv voor het tweede levensjaar, zegt de arts. Medicatie kan soms al binnen een dag voor verbetering zorgen. Als Irene niet getest en behandeld wordt, zal het vermoedelijk niet lang duren voordat haar hetzelfde lot treft als haar ouders. Die overleden allebei in de afgelopen drie jaar.

Behekst



“Ze is behekst”, zegt haar oma. “Ik weet dat mensen jaloers zijn. Haar ouders hadden dezelfde symptomen voordat ze overleden. Hiv, gelooft ze, kan alleen overgebracht worden door twee volwassenen die seksueel contact hebben.

Volgens Unaids telt Zimbabwe minstens 1,3 miljoen aidswezen. Ongeveer 100.000 daarvan leven alleen, anderen worden opgevangen door familie.

Naar schatting 110.000 tot 140,000 kinderen onder de veertien jaar hebben hiv. De meeste van die kinderen wonen op het platteland.

Zimbabwe krijgt weinig internationale steun, zegt Tanya Weaver van de American Foundation for Children with AIDS. Het land krijgt gemiddeld vier dollar per hiv-geïnfecteerde per jaar uit het budget van grote donorinitiatieven.

“Ter vergelijking, buurland Zambia, waar in verhouding evenveel mensen met hiv geïnfecteerd zijn, krijgt jaarlijks 187 dollar van buitenlandse donoren per HIV-geïnfecteerde”, zegt Weaver.

Irene en andere besmette kinderen kunnen alleen maar hopen dat de politieke situatie in het land verbetert en dat ze toegang krijgen tot testen en medicijnen. “Ze zeggen dat er geen medicijnen zijn”, zegt de zieke Irene met tranen in haar ogen. “Ik wou dat God mij hier weghaalde. Dat heb ik liever dan zo verder te moeten leven.”

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift