VS proberen Ortega van nieuwe ambtstermijn te houden

De VS zetten alles op alles om hun oude kwade droom Daniel Ortega op 5 november van een verkiezingsoverwinning in Nicaragua te houden. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis steunen pogingen van Nicaraguaanse zakenwereld om de rechtse partijen te verenigen achter één tegenkandidaat voor het presidentschap.
Ortega’s Sandinistisch Bevrijdingsfront (FSLN), de rebellenbeweging die in 1979 dicator Anastasio Somoza omverwierp, hield tot 1990 de teugels in handen in Nicaragua. Het linkse regime was een doorn in het oog van de Amerikanen. Nu doet het FSLN het in de opiniepeilingen beter dan de vier andere partijen die presidentskandidaten naar voren hebben geschoven.

“De VS vrezen dat Nicaragua zich onder Ortega zou aansluiten bij het anti-Amerikaanse blok onder leiding van de Venezolaanse president Hugo Chávez”, legt historicus Aldo Díaz Lacayo. Cuba en Bolivia zitten ook in het kamp van Chávez, en de VS hebben ook een gespannen verhouding met de meeste andere Zuid-Amerikaanse landen waar links aan de macht is.

Volgens de peilingen kan de voormalige rebellenleider Ortega rekenen op 28 tot 37 procent van de stemmen. Aan 35 procent en een voorsprong van 5 procentpunten op de tweede kandidaat zou hij genoeg hebben voor een overwinning in de eerste ronde. Ortega leidde de militaire junta die Nicaragua van 1979 tot 1985 bestuurde, en regeerde daarna als verkozen president van 1985 tot 1990. Daarna belandde het FSLN in de oppositie en kreeg rechts het voor het zeggen in Nicaragua.

Drie tegenkandidaten van Ortega komen ook relatief goed voor de dag in de peilingen. De advocaat José Rizo van de regerende Constitutionele Liberale Partij (PLC) haalt 15 tot 20 procent. De bankier Eduardo Montealegre van de eveneens rechtse Nicaraguaanse Liberale Partij krijgt afhankelijk van de peilingen 17 tot 30 procent van de stemmen. En Edmundo Jarquín van de Sandinistische Hernieuwingsbeweging, een afscheuring van het FSLN, is ook goed voor 15 tot 20 procent. Alleen de voormalige rebellenleider Edén Pastora, die de Sandinisten helemaal de rug heeft toegekeerd, lijkt nu al helemaal kansloos.

De beleidsmakers in Washington maken zich zorgen. Dat blijkt onder meer uit scherpe kritiek aan het adres van Ortega en het FSLN uit de mond van de Amerikaanse ambassadeur Paul Trivelli en van andere Amerikaanse vertegenwoordigers.

De VS zetten het rechtse kamp ook onder druk om de handen ineen te slaan. “De voorbije twee maanden zijn er zeker drie pogingen geweest om de twee rechtse partijen een kartel te doen vormen”, zegt Díaz Lacayo. Twee van die initiatieven gingen uit van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nicaragua en van het Republikeinse parlementslid Dan Burton. Bij een bezoek aan Nicaragua vorspelde Burton “moeilijke relaties” met de VS en een economische ramp als Ortega het haalt. De derde poging kwam van rechtse intellectuelen en linkse dissidenten in Nicaragua.

Ortega roept ook in Nicaragua heel gemengde gevoelens op. In juni werd hij nog eens beschuldigd van de moord en de gedwongen verhuizing van indianen onder zijn bewind in 1981 en 1982. Deze maand werd die zaak aanhangig gemaakt bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten. Die instantie las de Nicaraguaanse staat in 1984 al eens de levieten over die wandaden.

Intussen hebben de Nicaraguaanse media een andere zaak tegen Ortega heropend. Ortega werd er in de jaren 90 van beschuldigd zijn stiefdochter Zoilamérica Narváez seksueel misbruikt te hebben. Ortega werd vrijgesproken, maar dat gebeurde door een rechter met veel sympathie voor de Sandinisten.

Het FSLN en de overige partijen laten het ook niet na met modder te gooien waar dat mogelijk is. Het FSLN zegt dat het International Republican Institute, een ultraconservatieve organisatie uit de VS, met duizenden dollars over de brug is gekomen om de tegenstanders van Ortega voor te bereiden op de verkiezingen. Die repliceerden met klachten over Sandinistische infiltratie in de Kiesraad en over goedkope Venezolaanse brandstofleveringen aan door de Sandinisten bestuurde steden. Die stadsbesturen tekenden in april daarover inderdaad een overeenkomst met het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA. De eerste levering werd op 7 oktober persoonlijk in ontvangst genomen door Ortega.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness