'We redden pas negen kinderen. Ze moesten 14 uur per dag werken en kregen alleen eten'

Door COVID-19 flakkert kinderarbeid op in India

ILO (CC BY-NC-ND 2.0)

Devendra Kumar Mulayam uit de Indiase deelstaat Uttar Pradesh ontsnapte bijna tien jaar geleden uit een fabriek waar hij als twaalfjarige dwangarbeid moest verrichten. Ook nu worden nog kinderen bevrijd uit fabrieken waar ze als slaaf hun werk moeten doen.

Een van meest ernstige gevolgen van COVID-19 in India was de sluiting van bedrijven, waardoor duizenden migrantenarbeiders moesten terugkeren naar dorpen in Uttar Pradesh, Bihar en Bengalen. In een regio waar de armsten makkelijk ten prooi vallen aan gedwongen arbeid, kinderarbeid en slavenhandel, is dat een stap terug naar het verleden.

‘Uttar Pradesh zag 3,5 miljoen arbeiders terugkeren. In het district Azamgarh alleen al gaat het om 165.000 mensen. Hiervan konden er slechts 10.000 aanspraak maken op werk onder de MNREGA’, zegt Mushtaque Ahmed van de Rural Organisation for Social Advancement. De MNREGA is een wet die gedurende honderd dagen loonarbeid garandeert voor een plattelandshuishouden, als de volwassenen bereid zijn ongeschoold werk te doen.

Recentelijk versoepelde het land de COVID-19-beperkingen. Sommige arbeiders, die het grootste deel van de geschoolde arbeid in de industriegebieden doen, zijn teruggekeerd naar hun werk.

Dalits

Aan gedwongen arbeid kwam in 1976, via de Bonded Labour System (Abolition) Act, officieel een einde in India. Deze wet wil een einde maken aan alle vormen van gedwongen arbeid en wordt ondersteund door wetgeving over onder meer minimumlonen en contracten.

Maar in de onderontwikkelde districten Uttar Pradesh en Bihar, waar feodale heersers in het verleden de lagere kasten onbetaald lieten werken op hun land, woekeren deze praktijken in onzichtbare vormen nog voort. De kastenstructuur en hoge ongeletterdheid bij dalits en mahadalits maakt deze groepen daar kwetsbaar voor.

Deze kwetsbaarheid is het grootst bij de mahadalits. Slechts 9 procent van deze groep kan lezen en schrijven. Bij de dalits is dat 28 procent. Deze groep heeft echter meestal nog geen toegang tot overheidsprogramma’s gericht op een betere toekomst. Het onvermogen om soms zelfs een kleine lening van enkele tientallen euro’s terug te betalen, kan er dan toe leiden dat een heel gezin terechtkomt in gedwongen arbeid of slavenarbeid in fabrieken of op landbouwbedrijven. Deze slavernij gaat soms van de ene op de andere generatie over. Gezinnen laten soms ook noodgedwongen minderjarige kinderen werken voor mensenhandelaren, volgens het Freedom Fund.

Jonge kinderen

De gezondheidsinfrastructuur in het oosten van Uttar Pradesh en Bihar, bij de Nepalese grens, was altijd al beperkt. De COVID-19-pandemie heeft die situatie verslechterd, terwijl veel dorpen in Bihar vorige maand te maken hadden met ongekende overstromingen. Daardoor werden bijna 8,4 miljoen mensen getroffen.

De kindcentra (ICDS) in de regio die extra ondersteuning bieden op het gebied van onderwijs, voeding en zorg, liggen daardoor stil. ICDS is een landelijk overheidsprogramma voor kinderen jonger dan zes jaar en hun moeders. Via regionale steunpunten wist de overheid zo bloedarmoede en andere gezondheidsproblemen onder achtergestelde plattelandsgezinnen te bestrijden.

Mensenhandel en slavernij leiden er soms toe dat kinderen op duizenden kilometers afstand van hun huis tewerkgesteld worden, of over de grens in Nepal. Binnen India worden kinderen vaak vanuit Uttar Pradesh, Bihar en Bengalen naar zuidelijke deelstaten gestuurd. Omdat ze de plaatselijke talen daar niet spreken, is het praktisch onmogelijk voor deze kinderen om te ontsnappen of hun situatie aan te kaarten en terug te keren naar huis.

Ouders worden soms overgehaald met bedragen van 60 tot 120 euro die ze al vooraf uitbetaald krijgen, zegt Bhanuja Sharan, directeur van Manav Sansadhan Evam Mahila Vikas Sansthan (MSEMVS), een ngo die zich richt op de strijd tegen kinderarbeid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Kinderarbeiders

Loonarbeider Umesh Mari uit het dorp Mayurba in Sitamarhi in Bihar, moest een lening van 300.000 roepie (bijna 3.500 euro) afsluiten voor een medische behandeling voor zijn vrouw. Aangezien er nauwelijks medische voorzieningen zijn in Sitamarhi voor ernstige gezondheidsproblemen, moest ze naar een ziekenhuis in het aangrenzende district Muzaffarpur.

De 13-jarige Ramavatar en zijn zwager Kesari werd een loon van 3,47 euro per dag beloofd, maar het bleek dwangarbeid te zijn.

Het gezin met vier kinderen en een schoonzoon kon de lening niet terugbetalen en zag zich gedwongen beter betalend werk te zoeken. Zo belandden de dertienjarige Ramavatar en zijn zwager Kesari in een tegelfabriek over de grens in Malangwa in Nepal. Hen werd een loon van 300 roepie (3,47 euro) per dag beloofd. Toen ze aankwamen, bleek dat ze moesten werken van 9 uur tot 19 uur, met slechts een half uur pauze. Het bleek dwangarbeid.

Er was weinig te eten, en het loon werd onregelmatig of maandenlang niet uitbetaald. De COVID-19-uitbraak hielp Ramavatar ontsnappen. Hij ging terug naar zijn dorp. Het gezin maakt zich echter nog steeds zorgen over het niet-uitbetaalde loon. Het kan voor Ramavatar moeilijk zijn om de mensenhandelaren te weerstaan, met het risico dat hij opnieuw als dwangarbeider in een fabriek belandt.

Duur huwelijk

Devendra Kumar Mulayam uit Shahapur in het district Chandouli in Uttar Pradesh is de tweede van vijf broers en zussen. Zijn ouders zijn landloze dalits. Mulayam, die nu al jaren een ander leven heeft, vertelt dat er een aantal jaren geleden dringend behoefte was aan inkomsten in het gezin, omdat zijn vader twee leningen had afgesloten. Eén voor het huwelijk van zijn oudere zus, en één voor behandeling van een hoofdwond die zijn zus later opliep door een ongeluk.

Devendra Kumar Mulayam ging aan de slag voor 1,75 euro per dag. Hij moest 12 tot 15 uur werken en kreeg onregelmatig betaald.

Als oudste zoon in het gezin werd de twaalfjarige Mulayam van school gehaald om werk te zoeken. De andere kinderen bleven wel op school. Via een rekruteerder vond Mulayam al snel werk in een textielfabriek in Coimbatore, waar hij als lader aan de slag ging voor 150 roepie (1,75 euro) per dag. Hij moest 12 tot 15 uur werken en kreeg onregelmatig betaald. Bovendien moest hij zelf betalen voor zijn behandeling, als hij gewond raakte tijdens het werk.

Mishandeling

Mulayam en de andere arbeiders werden voortdurend in de gaten gehouden en mochten hun werkplaats of verblijfsruimte niet verlaten. Als er regels overtreden werden, werden ze ernstig mishandeld. In 2011 besloten Mulayam en achttien medearbeiders te protesteren tegen deze ernstige vorm van dwangarbeid.

‘We werden aangevallen en eruit gegooid’, vertelt hij. Uit angst om opgepakt te worden door de politie en teruggestuurd te worden naar de fabriek, verscholen ze zich vijf dagen in de bebossing aan de rand van de stad. ‘Gelukkig wist ik contact te leggen met mijn familie. Zij hebben toen hulp voor me geregeld via een ngo’, zegt Mulayam. Hij wijst erop dat soortgelijke problemen nog steeds spelen.

‘We hebben kort geleden negen kinderen uit Jaunpur in Uttar Pradesh gered’, zegt Bhanuja Sharan Lal van MSEMVS. ‘Ze werden door mensenhandelaren naar een snackfabriek in Telangana gebracht. Hun ouders kregen daar 10.000 roepie (115 euro) voor. Toen ze eenmaal in de fabriek waren, moesten ze van 2 uur ’s nachts tot 16 uur werken. Ze kregen alleen eten en werden niet betaald.’

In een textielfabriek in Gujarat werd een soortgelijke situatie aangetroffen, zegt Lal. Daar werden acht kinderen uit Azamgarh in Uttar Pradesh tot slavenarbeid gedwongen in een textielfabriek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift