Klassieke boeren en bioboeren werken samen op de Goedingekouter

Goedinge, de nieuwe Gentse stadsboerderij waar vele mensen en de leeuwerik welkom zijn

Het is een koude aprilmorgen als we afzakken naar bioboerderij Goedinge aan de Goedingekouter in Afsnee, Gent. In de verte zien we Maarten Cools als een kleine stip in de immensiteit van de akker werken. Hij plant jonge koolrabi’s aan, zo blijkt later als we over de drassige grond tot bij hem gestapt zijn.

Dichter bij de weg werkt Wim Michels in de veel warmere plastic serre waar al massa’s spinazie en sla staan te groeien. Indrukwekkend veel als je weet dat het duo pas op 25 januari de aanbesteding definitief binnenhaalde. Hoe hard hebben ze niet moeten werken om dit voor mekaar te krijgen?

Hard, zo blijkt.

© Francesca Van Daele

 

‘Weet je wat dit is?’ vraagt Wim terwijl hij een soort gras van tussen de slaplantjes wiedt. Ik prevel iets van uitgeschoten graankiemen maar het blijken “pemen” te zijn, een grassoort met lange peesachtige wortels die zich ondergronds eindeloos blijven vertakken en bijzonder moeilijk uit te roeien zijn. Tenzij je er het laatste stukje van verwijdert. Elk stukje van die ondergrondse wortels kan immers weer gras worden. ‘We hebben de pemen er met onze blote handen uit gezeefd,’ verklaart Wim.

Het tekent het enthousiasme en de drive van de Goedinge dat een aanbesteding heeft gewonnen waar de stad Gent een stadsboerderij uittekende op tien hectaren grond van het Gentse OCMW.

OCMW wil maatschappelijke meerwaarde

De voorbije jaren heeft het OCMW veel van zijn gronden verkocht om er investeringen in de stad mee te financieren. Een van die dossiers kreeg trouwens heel wat kritiek toen 450 hectare grond in Zeeuws Vlaanderen in één blok werd verkocht, een procedure die ervoor zorgde dat slechts weinigen konden meedoen, waardoor de familie Huts de grond kon kopen.

Maar er is ook een andere kant. Het OCMW realiseerde zijn financiële verkoopsobjectieven voor de bestuursperiode 2014-2019 –21, 8 miljoen euro– immers al na twee jaar. Daarom besliste het OCMW in 2016 dat het naast financiële meerwaarden ook voor maatschappelijke meerwaarden kon gaan. ‘Bij het beheer van het patrimonium is winstoptimalisatie het doel. Dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen afgeweken kan worden van winstmaximalisatie ten bate van maatschappelijke winst’, zo heette het in de beslissing.

© Francesca Van Daele

De Goedingekouter is het voorbeeld bij uitstek van die keuze. De gronden worden gratis in gebruik gesteld van de gebruikers. De enige “pacht” die het OCMW verwacht, is dat de Goedingeboerderij één voltijdse tewerkstelling van een OCMW-cliënt realiseert.

Tegenover die interessante gronddeal moeten de boeren wel heel wat maatschappelijke meerwaarde stellen. De kwaliteit van een duurzaam landbouwproject gericht op de stad Gent stond op zestig van de 100 punten. De bieders moesten aantonen dat ze oog hadden voor ecologisch duurzame teelttechnieken (let wel: niet noodzakelijk biologisch), verkoop via de korte keten, samenwerking met andere landbouwers, aandacht voor de aanwezige natuur-en landschapswaarden en voor educatie.

Kwaliteitsvol financieel plan

Goedinge wil daarbij niet per se het warm water uitvinden en bouwt verder op het al beproefde recept van de zelfplukboerderij. ‘Aan de oostkant van Gent werkt dat goed en zijn er lange wachtlijsten. Nu willen we aan deze kant van Gent mensen ook die mogelijkheid bieden’, zegt Maarten Cools.

Dat lijkt te lukken want er hebben zich al honderd mensen ingeschreven die driehonderd euro per jaar willen betalen om een jaar zelf groenten te kunnen komen plukken op de Goedingekouter.

‘Voor mensen die geen tijd hebben om zelf te komen plukken, willen we werken met voedselpakketten’, verduidelijkt Cools. Daarvoor wordt in het eerste jaar op enkele tientallen klanten gerekend. Ook de ontwikkeling van een of meerdere buurtwinkels moet voor extra-inkomen zorgen.

© Francesca Van Daele

De bijhorende boerderij wordt op termijn uitgebouwd om verschillende functies van de werking te huisvesten waaronder een winkel. Dat zal wel wat verbouwingen vergen van de ietwat aftandse hofstede waar overigens nu nog de oude boer Fred en zijn zus verblijven.

De uitbouw van de fijne groenteteelt (met onder meer blokken voor kool, peulvruchten, wortels, prei/ui en bladgroenten) en de akkerbouw (aardappelen, kolen en pompoen) en de overgang naar de biologische aanpak vergen sowieso tijd. Het eerste jaar zal maar anderhalve hectare echt ontwikkeld kunnen worden voor groenteteelt. Stap voor stap zal de productie worden verhoogd.

Cools hoopt dat het bedrijf op termijn ook zal kunnen leveren aan Gentse instellingen. ‘In Knokke heeft een ziekenhuis een aandeel van een hectare in een landbouwbedrijf genomen om zo rechtstreeks te kunnen afnemen.’

‘We willen de korte keten bevorderen maar we moeten ook niet naïef zijn. De Europese wetgeving laat niet toe om nabijheid als gunningscriterium te gebruiken in een aanbesteding’

De Gentse schepen van landbouw, Tine Heyse, staat er zeker voor open om de korte keten te bevorderen. ‘Alles wat daartoe bijdraagt, willen we bevorderen maar we moeten ook niet naïef zijn. De Europese wetgeving laat niet toe om nabijheid als gunningscriterium te gebruiken in een aanbesteding. Je kan wel andere milieucriteria laten spelen, of het gebruik van seizoensgroenten bevorderen. Zo wordt het voedsel voor ons stedelijk onderwijs nu uit Destelbergen in plaats van uit Limburg aangevoerd.’

Voor kleinere projecten laat de wet meer speelruimte. ‘Eén enkele school zou makkelijker kunnen samenwerken met één boerderij. Momenteel werken we aan een platform van consumenten én producenten. Grote afnemers moeten ook zeker zijn dat ze lokaal bloemkool én wortelen krijgen, als ze dat die dag zo gepland hebben.’

Het valt in elk geval niet uit te sluiten dat het OCMW op deze weg verder gaat. Het kartel sp-a-Groen engageert zich in zijn verkiezingsprogramma dat ‘het de landbouwgronden in eigendom van de groep Gent in Gent en in de ruimere regio met prioriteit wil inzetten voor duurzame voedselproductie gericht op de stedelijke afzetmarkt.’ Mogelijk is Goedinge dus de eerste in een hele rij stadsboerderijen.

© Francesca Van Daele

Dialoog tussen biologisch en gangbaar

Opmerkelijk aan het project is dat het een samenwerking is tussen bioboeren en klassieke boeren. Cools en Michels zijn bioboeren, maar stellen een deel van de tien hectaren ter beschikking van hun buurman, de traditionele melkveehouder Steven De Roo, geboren en getogen in Afsnee. De Roo zal in een roterend systeem elk jaar twee hectaren grasklaver kunnen telen op de OCMW-gronden. Hij zal deze percelen op een biologische manier bewerken. Zo heeft hij meer lokaal voer voor de melkkoeien en kan het land een jaartje rusten vooraleer er weer groenten op worden geteeld

‘Daarnaast willen we de klassieke boeren niet uitsluiten: we willen ook hen betrekken als nieuwe stadsboeren die Gent bevoorraden. Velen onder hen staan onder enorme druk’

Bijkomend voordeel is dat klaver stikstof uit de lucht in de bodem brengt en de grond dus vruchtbaarder maakt. Tenslotte zullen de groenteboeren de mest van de melkrunderen gebruiken op hun akker. ‘Het is drijfmest van een traditionele veehouder. Dat is niet ideaal voor bioboeren, want mest met stro is beter voor de grond, maar er is schaarste aan biomest en we kennen Steven. We weten dat hij geen cowboy is, maar een boer die zijn dieren goed verzorgt en goed voedt. Daarom kan het’, vindt Cools.

De samenwerking tussen bio en klassiek leidt tot nog wel meer afwegingen en compromissen. Zo zien we dat een vrij groot grasveld een ietwat vreemde geelbruine kleur heeft.

‘Steven zal hier grasklaver zaaien, maar het veld zat vol met pemen. Op zo’n groot veld kan je die niet handmatig verwijderen. Steven wilde ze het liefst met chemische bestrijdingsmiddelen wegkrijgen. Wij hebben dit voor een laatste keer toegelaten. Wij zouden zoiets nooit doen. Een bioboer zou die pemen met mechanische middelen vernietigen. Wat er dan beter is voor het milieu valt nog te bezien, want het zou bijzonder veel over en weer gerij en dus veel diesel vergen om die pemen mechanisch te vernietigen’, legt Maarten Cools uit.

© Francesca Van Daele

 

De overtuigde bioboeren Maarten en Wim werken op een aftastende manier samen met gangbare boeren zoals Steven.  Cools: ‘Wij kunnen ook leren van hen. Zo wilden wij uiteraard zo vroeg mogelijk met de teelt op het land beginnen maar boer Fred, die het land decennia heeft bewerkt, raadde ons aan om nog een weekje te wachten. Hij kent het land beter dan ons. We zullen het zeker niet altijd eens zijn, maar er moet geen vijandschap zijn tussen ons. Wel wederzijds respect en de openheid om van elkaar te leren.’

Dat is ook hoe de stad het wilde, onderstreept de Gentse schepen van landbouw, Tine Heyse. ‘We wilden niet in de aanbesteding schrijven dat alleen bioboeren in aanmerking kwamen. Ten eerste omdat dit allesbehalve goeie grond is –hier is jarenlang West-Vlaamse drijfmest uitgestort- het zal dus nog een tijdje duren vooraleer je hier biologisch kan telen.’

‘Daarnaast willen we de klassieke boeren niet uitsluiten: we willen ook hen betrekken als nieuwe stadsboeren die Gent bevoorraden. Velen onder hen staan onder enorme druk. Ik heb wenende boeren gezien: ze zitten vaak vastgekluisterd aan contracten en investeringen die ze moeten afbetalen. Mijn hoop is dat nieuwkomers/bioboeren en klassieke boeren samenwerken. Dat is voor beiden goed en zo neem je die valse tegenstelling weg.’

De boerderij als kruispunt van samenwerkingen

Maar daar stopt de samenwerking niet. Het is opvallend dat in dit project de landbouw – onder meer door de eisen in de aanbesteding - de hand uitsteekt naar de samenleving in brede zin. Zodat de boerderij niet alleen voedsel voortbrengt maar ook ruimte voor akkervogels, leerkansen voor stadskinderen en zinvolle arbeid voor kwetsbare mensen. De boerderij als de plaats waar het volk bijeenkomt, als het ware.

Met Natuurpunt is afgesproken dat veehouder De Roo één aaneengesloten hectare zal beheren in een drieslagstelsel: een derde braak, een derde bloemenmengsel, en een derde zomergewas. Deze maatregel richt zich op de hervestiging van broedpopulaties akkervogels zoals veldleeuweriken en kievitten die het aartsmoeilijk hebben om in Vlaanderen te overleven.

© Francesca Van Daele

 

Natuurpunt Gent is betrokken bij het project en staat vierkant achter dit soort natuurgerichte landbouw, onderstreept Bart Vangansbeke van Natuurpunt Gent. ‘We zijn enthousiast over dit brede landbouwproject en willen het actief promoten bij onze zevenduizend leden. De ongeveer duizend gezinnen/leden die in een perimeter van vijf kilometer wonen, worden zelfs actief aangemoedigd om te gaan plukken op de boerderij of er voedselpakketten af te nemen.’

De Moester is een dagactiviteitencentrum voor mensen met een psychosociale problematiek. De Moester zoekt een zinvolle dagbesteding voor zijn cliënten en dat zal voor sommigen vanaf nu inhouden dat ze een dag werken op de Goedingeboerderij. Het gaat effectief om vijf mensen: op die manier betaalt de boerderij haar ‘pacht’ aan het OCMW. Die pacht bestaat dus vooral in de tijd die de boeren in de begeleiding steken.

De twee Goedingeboeren stellen zich ook open voor verschillende vormen van boerderijeducatie, gaande van eenmalige workshops of een boerderij-atelier per seizoen. Vzw de boerderijschool die op termijn kantoor zal houden op de boerderij verzorgt langduriger trajecten waarbij kinderen tot twintig dagdelen regelmatig naar de boerderij gaan. Het mee werken op de boerderij laat kinderen toe te leren rekenen (de oogst wegen, verkoop in de boerderijwinkel, zelfs planten vergt meten en rekenen….) of opstellen te schrijven over de opgedane ervaringen.

Goedinge heeft alvast het doel om zelf ook een origineel opstel schrijven in het grote boek van de boerderij in Vlaanderen.

© Francesca Van Daele

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift