Dossier: 
Recht op verblijf en migratierechtvaardigheid

Tunesië is reeds lang een land van vertrek, maar nu ook een land van aankomst

© Reuters

De toestand van veel West-Afrikaanse landen zorgt ervoor dat veel jonge mannen liever voor lage lonen werken in Tunesië dan thuis te blijven. Maar de meesten willen eigenlijk oversteken naar Europa.

De extreme onveiligheid in Libië duwt sommige migratiestromen richting Tunesië. Als het aan Europa ligt, wordt dat land een eindstation voor sub-Saharaanse migranten die nu op bootjes de Middellandse Zee oversteken. Maar Tunesië heeft andere prioriteiten. In oktober werd een antiracismewet aangenomen en middenveldorganisaties ijveren voor een migratie- en asielwetgeving. Zij leggen de klemtoon op migratierechtvaardigheid, niet op het uitvoeren van een Europese agendaDe taxichauffeur wordt erg zenuwachtig als de asfaltweg ophoudt en we hem vragen om toch door te rijden. We zijn in Al-Mansoera, een achterbuurt van het stadje Ariana in de banlieue van hoofdstad Tunis. Met tegenzin rijdt hij een paar straten verder. Eric, nog in zijn werkkledij en met veel stof over heel zijn lijf, staat midden in de straat op ons te wachten. Met de gsm in de hand zwaait hij naar ons. Zoals veel Sub-Saharaanse migranten in Tunesië werkt hij in de bouwsector. Aanvankelijk wilde de 31-jarige, die een diploma als bouwtechnicus in zijn land Ivoorkust behaalde, doorstuderen in Tunesië. Maar van dat plan kwam niets terecht. Hij werkt nu als arbeider en verdient 23 dinar (ongeveer 7 euro) per dag. Toch drie dinar meer dan de meeste andere Sub-Saharaanse migranten in de bouw.

Het is na vijven. De zon begint onder te gaan. Ondertussen komen de arbeiders de een na de ander thuis. Souleyman ontvangt ons met een schuchtere glimlach. Heerlijke kookgeuren bereiken ons in de woonkamer. Zijn vriendin Zeyneb piept even om het hoekje om goedendag te zeggen en verdwijnt weer in de keuken. Souleyman wordt binnenkort 32. Hij is anderhalf jaar in Tunesië. ‘Mijn broers gaven me de indruk dat het hier goed leven was. In Ivoorkust werkte ik in de horeca. Hier ben ik in de bouwsector beland. Het was even wennen’, vertelt hij. Zeyneb, die hij liet overkomen, werkt in een café. Ook zij verdient 20 dinar per dag. Het stel deelt het huis met de twee broers van Souleyman en Zeynebs zus. Deze laatste werkt in een restaurant en komt dus laat naar huis. Of Zeyneb gelukkig is? ‘Dat moet je haar vragen’, zegt Souleyman. Zeyneb giechelt.

Samenwonen maakt de last van de huur en van het leven draaglijk. Een paar huizen verder woont een andere groep migranten zonder wettig verblijf. Vier stellen en nog enkele vrijgezelle mannen. Sommigen zijn moslim, anderen christen. Ook hier werken de mannen in de bouw. Ze komen allemaal uit Ivoorkust en de meesten zijn minder dan een jaar in Tunesië. ‘In Ivoorkust is de situatie hachelijk. Het is oorlog noch vrede’, zegt Eric. Ondanks de lage lonen is het toch beter in Tunesië dan in zijn eigen land.

Of zij naar Europa willen migreren? Natuurlijk, giechelt Bari. In tegenstelling tot Souleyman, die van de gevaarlijke zeetocht naar Italië afgezien heeft sinds twee van zijn vrienden in juni verdronken zijn, wil Bari elke kans grijpen om de andere kant te bereiken. Genoeg geld verdienen om de smokkelaars te betalen is het doel van heel veel Sub-Saharaanse migranten. ‘Als er honderd gaan en tien sterven, betekent dat dat negentig het gehaald hebben, en dat is voor mij de moeite waard om te proberen’, zegt Eric vol overtuiging.

© Samira Bendadi

Samenwonen maakt de last van de huur en van het leven draaglijk.

Cijfers

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) wonen er in Tunesië 75.500 migranten en ongeveer 700 vluchtelingen. Maar die cijfers kloppen niet helemaal. Afgezien van de mensen die komen en opnieuw op een traceerbare manier vertrekken, zijn er tallozen van wie men niet weet of ze nog in het land zijn.

Touré Balamassi, vroegere voorzitter van de Vereniging van Afrikaanse studenten en stagiairs in Tunesië (AESAT) en medeoprichter van ALDA, de Vereniging voor Leiderschap en Ontwikkeling van Afrika, schat het aantal Sub-Saharanen in Tunesië op een kleine 16.000. De eerste golf Sub-Saharaanse migranten kwam er in de jaren zeventig. Het waren voornamelijk studenten. Maar de grootste groep kwam toen de Afrikaanse Ontwikkelingsbank zich in Tunesië vestigde. Dat was in 2003. Met de oprichting van privéhogescholen en -universiteiten is het aantal buitenlandse studenten enorm gestegen. Ze zijn sinds 1993 georganiseerd en hun aantal ligt tussen de zes- en de zevenduizend. Maar er zijn minstens evenveel arbeiders.

‘Mensen zijn geen machines. Ze zijn ook geen schoenen die je ergens neerzet en daar dan heel de tijd blijven staan.’

Het verschil tussen student en arbeider is erg dun. Wie komt als student moet vaak werken om de kosten van zijn studie te dekken, en ook wanneer ze afgestudeerd zijn keren velen niet terug. Ze ontdekken dat hun diploma toch niet tot de gedroomde baan in het land van herkomst leidt en dat een diploma van een Europese universiteit veel meer waard is dan een diploma uit Tunesië.

Balamassi, gediplomeerd fysioherapeut, woont ondertussen veertien jaar in Tunesië. Ook hij kwam er als student en is nooit teruggekeerd. ‘Tunesië, dat altijd als land van vertrek werd beschouwd, is al een tijde een aankomstland geworden voor de Sub-Saharanen, tegen wil en dank. Maar ergens heeft Tunesië dat gewild’, zegt Touré Balamassi. ‘Tunesië heeft zijn deuren geopend voor Sub-Saharaanse studenten. Mensen zijn geen machines. Ze zijn ook geen schoenen die je ergens neerzet en daar dan heel de tijd blijven staan’, zegt de man, zelf blind, die werkte met gehandicapten in Ivoorkust en nu sub- Saharaanse studenten en arbeiders in Tunesië verzorgt.

Libiërs

En dus is het tijd voor Tunesië om zijn wetgeving aan de huidige werkelijkheid aan te passen, vinden mensenrechtenactivisten in Tunesië. Die aanpassing is niet alleen nodig vanwege de aanwezigheid van Sub-Saharaanse migranten, maar ook met het oog op de vele vluchtelingen. De grootste groep buitenlanders in Tunesië zijn niet de Sub-Saharanen maar de Libiërs. Na de val van Qhadafi in 2011 kwamen ongeveer 100.000 Libiërs Tunesië binnen. Maar de grootste groep kwam enkele jaren later, door de burgeroorlog die volgde. Er zijn geen exacte cijfers beschikbaar, maar het aantal varieert tussen 100.000 en 200.000. Eigenaardig is dat de Libiërs in Tunesië niet als vluchtelingen worden beschouwd, vanwege hun “rijkdom”, ook niet door het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen. Ze worden beschouwd als expats.

Handel en smokkel via de Libisch-Tunesische grens was een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor het zuiden van Tunesië.

Het heen en weer reizen tussen beide landen is niet nieuw. In 1988 hebben Libië en Tunesië een conventie van vrij verkeer ondertekend. De Libiërs kwamen naar Tunesië met vakantie of voor medische zorgen en veel Tunesiërs gingen in Libië werken. Handel en smokkel via de Libisch-Tunesische grens was een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor het zuiden van Tunesië.

Maar de conventie van vrij verkeer wordt sinds 2011 niet meer toegepast in Tunesië en zo komen de Libiërs in dezelfde situatie terecht als andere nationaliteiten. Een verblijfsvergunning kan toegekend worden voor drie maanden. Tenzij je ingeschreven bent als student in een van de erkende onderwijsinstellingen, stagiair bent of werk hebt waarvoor een Tunesiër niet in aanmerking kan komen. Wie de periode van drie maanden overschrijdt en zijn situatie niet in orde brengt, kan beboet worden aan 20 dinar per week.

En dat is juist een van de problemen die organisaties zoals ALDA en het Tunesische Forum voor Economische en Sociale Rechten aangepakt willen zien. ‘De wet op het verblijf is van 1986 en achterhaald’, zegt Touré Balamassi. De boetes moeten afgeschaft worden en er moet een degelijke migratiewet komen, aangepast aan de mogelijkheden van het land, vindt hij. In mei werd er betoogd tegen de boetes die opgelegd worden aan mensen die hun verblijfsituatie niet hebben geregulariseerd. De boetes werden niet volledig afgeschaft maar tot een maximum beperkt. Voor Balamassi, die zelf in een regularisatieprocedure zit, betekent dat het betalen van 3.000 dinar in plaats van 7.000. Toch een groot bedrag, vindt hij want het is twee keer zijn loon.

Internationale organisaties zoals het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen en de IOM sturen in de richting van de implementatie van een asielwet. Een wetsontwerp daarvoor ligt klaar bij het ministerie van Justitie. Balamassi wil een generale regularisatie van de Sub-Saharanen.

Mensenhandel

‘De laatste jaren hebben heel veel studenten clandestien de boot genomen richting Italië. Niemand spreekt over hun specifieke situatie’, zegt Freddy Nzambe, dominee in de protestante kerk van Montfleury in de hoofdstad Tunis. ‘Het is alsof de diploma’s die ze hier behaald hebben geen enkel nut hebben. Ze willen verder studeren in Frankrijk of België maar krijgen geen visum. En je hebt ook voetballers die hun dromen hier niet hebben kunnen waarmaken. Ook voor hen is de zee de oplossing.’

© Samira Bendadi

Freddy Nzambe: ‘Het is alsof de diploma’s die ze hier behaald hebben geen enkel nut hebben.

Maar het meest tragische is de situatie van meisjes en vrouwen die als huishoudhulp ingehuurd worden. Vooral in Sfax, de tweede stad van het land. ’Zelf heb ik vijf vrouwen in deze situatie gekend, maar er zijn er meer natuurlijk’, zegt de dominee. ‘Ik vergeet haar nooit, dat meisje dat me een paar jaar terug strak aankeek. Ze was met haar bazin boodschappen aan het doen in de Carrefour. Tot twee keer toe bleef ze me aanstaren. Het was een kreet om hulp, maar ik begreep dat niet. Pas toen ik een vrouw over de vloer kreeg die gevlucht was, begreep ik waarom het meisje me aanstaarde. Ze vertellen het niet want ze zijn bang, ze worden bedreigd.’

‘Er is in Ivoorkust een agentschap dat als uitzendbureau optreedt en huishoudhulp aanneemt voor gezinnen in Tunesië. Men betaalt de vlucht voor het meisje en brengt haar naar een contactpersoon in Tunesië. Eenmaal hier wordt haar reispas afgenomen tot het meisje de kosten van de reis terugbetaalt, en dat kan twee of zelfs drie jaar duren’, vertelt Freddy Nzambe. En natuurlijk zijn deze vrouwen na drie maanden clandestien in het land. Huishoudhulp zijn is geen reden om een verblijfsvergunning te krijgen.

‘In DR Congo is er dan weer een agentschap dat studenten wijsmaakt dat het hun inschrijving aan een hogeschool of universiteit in Tunesië regelt en alle kosten dekt. De student moet 2400 dollar betalen en krijgt alles geregeld, inschrijvingskosten, reis en verblijf gedurende twee jaar. Eenmaal hier ontdekken die studenten dat ze voor slechts drie maanden aan de universiteit ingeschreven zijn en dat de huur voor drie of hoogstens zes maanden geregeld is. En ze komen in de problemen’, getuigt de dominee.

Racisme

Is er racisme in Tunesië? Zowel Touré Balamassi als Freddy Nzambe ontkent het probleem van racisme niet maar relativeert het wel. ‘Veel Sub-Saharanen geven het racisme een grotere omvang dan er in werkelijkheid is. Ze zijn bang om Tunesische vrienden te maken en dat is niet goed’, zegt Freddy Nzambe. Maar Massoud Romdhani, de voorzitter van het Tunesische Forum voor Economische en Sociale Rechten (FTDES), is duidelijk. ‘We hebben geen asielwet, geen wet die de migranten beschermt. Wij zijn niet blank, maar de gemiddelde Tunesiër is racistisch’, zegt hij.

Dat racisme kan verbaal zijn maar uit zich ook in fysieke agressie. ‘Er zijn gevallen van ernstig fysiek geweld tegen Sub-Saharaanse studenten. Daarom hebben we sinds 2015 samen met Euromed Rights en het Comité voor het Respect van de Vrijheden en de Mensenrechten in Tunesië voor de implementatie van een wet tegen racisme geijverd. Racisme heeft niet alleen betrekking op de aanwezigheid van de Sub-Saharanen in Tunesië, er is ook de tien procent Tunesiërs met een donkere huidskleur.’

De wet tegen het aanzetten tot haat en discriminatie werd op 9 oktober door het parlement goedgekeurd. Een grote overwinning voor mensenrechtenactivisten. Maar men kijkt de kat uit de boom wat de tenuitvoerlegging betreft. Het is dus afwachten hoe de wet concreet zal worden toegepast.

© Samira Bendadi

De Tunesische activiste Saadia Mosbah pleit voor meer samenwerking tussen de zwarte Tunesiërs en de Sub-Saharaanse studenten. ‘We moeten samen een strategie uitwerken om de antiracismewet te doen gelden.’

Europa

Tunesië is de voorbije maanden in de aandacht gekomen van de Europese beleidsmakers. Er werden suggesties gedaan om zogenaamde regionale landingplatforms in landen ten zuiden van de Middellandse Zee op te richten. Maar Tunesië heeft al laten weten hier niet mee akkoord te gaan. ‘Terecht’, vindt Touré Balamassi die geregeld contacten heeft met internationale organisaties en Europese politici. ‘Wat Europa wil, is sorteercentra installeren in landen als Tunesië en Marokko zodat ze kunnen uitkiezen wie wel en wie niet mag migreren, wie ze nodig hebben en wie niet. Dat is niet rechtvaardig’, zegt hij.

‘Europa wil kunnen uitkiezen wie wel en wie niet mag migreren, wie ze nodig hebben en wie niet. Dat is niet rechtvaardig.’

‘Men spreekt over mensen die bescherming nodig hebben, maar hebben de economische en klimaatvluchtelingen geen bescherming nodig? De jonge Afrikaan krijgt voortdurend te horen dat zijn land niets heeft, dat het onderontwikkeld is, dat het onder de armoedegrens ligt. Tegelijkertijd schept men op met de economische ontwikkeling van Europa. Waarom wil men dan dat hij blijft daar waarvan iedereen vindt dat het pure troep is, is hij gek?’, vraagt Balamassi zich af.

‘Er wordt druk uitgeoefend op Tunesië en dat baart ons zorgen’, zegt Massoud Romdhani. ‘Het is niet onze taak mensen te beletten Europa te bereiken. Wij hebben goede relaties met de Afrikaanse landen, bovendien zullen deze centra het probleem niet oplossen. Want het “slechte nieuws” is dat de migratie niet zal stoppen’, zegt de voorzitter van het Tunesische Forum voor de Economische en de Sociale Rechten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Een ander probleem is het zogenaamde Diepe en Omvattende Vrijhandelsakkoord waarover momenteel onderhandeld wordt tussen de EU en Tunesië. ‘Men wil de vrije handel verdiepen, maar los van de migratiekwestie. De grenzen zijn open, economisch en in één richting. Dat heeft geleid tot meer werkloosheid in Tunesië. De investeringen zijn gecentraliseerd in de kuststreek, terwijl het binnenland achtergesteld blijft. Tegelijkertijd zijn er meer dan 90.000 hoogopgeleiden die sinds 2011 Tunesië verlaten hebben voor Europa. Nu wil men diepere akkoorden in de landbouw en de dienstensector, maar de Tunesische landbouw kan niet op tegen de Europese concurrentie.’

‘Wat wij willen, is eerst een grondige evaluatie van de vorige akkoorden. Wat hebben ze ons opgebracht? Daarnaast willen we het verband leggen tussen vrijhandel en migratie. Wat krijgen onze jongeren in ruil voor meer vrijhandel in meer sectoren?’

‘Wij pleiten niet voor open grenzen, wel voor een soepeler visumbeleid. Jongeren hebben het recht werk te zoeken. Ze hebben ook recht op teleurstelling.’

‘Ik wil als Fransman die ervoor gekozen heeft om in Tunesië te verblijven mijn situatie regulariseren’, zegt Valentin Bonnefoy, die een project rondom migratierechtvaardigheid bij het FTDES leidt. ‘Ik wil dat de wet het me mogelijk maakt om hier te verblijven en te werken. Maar tegelijkertijd zie ik het grote verschil tussen mezelf en de Tunesiër die naar Frankrijk zou willen gaan. Ik kan met mijn eenvoudige reispas op elk moment Tunesië in. Een Tunesiër moet een visum aanvragen en het probleem nu is dat Frankrijk, maar ook andere Europese landen, een privébedrijf (TLSContact) belast heeft met de aanvragen. Wie een visum aanvraagt, moet 250 dinar betalen, plus 200 dinar als verzekering, samen dus zoiets als een kleine 140 euro. En dat voor een visum dat in 95 procent van de gevallen geweigerd wordt. Dat geld wordt nooit teruggegeven, ook niet wanneer het visum niet toegekend wordt. Daarnaast komen andere extra uitgaven, mensen wordt gevraagd om ter plaatse foto’s te laten maken, kopieën, enzovoort, enzovoort. En dat is een grote ongelijkheid.’

‘Wij pleiten niet voor open grenzen. We pleiten voor meer soepelheid in het toekennen van visa. Uiteindelijk hebben jongeren het recht om werk te zoeken. Ze hebben ook recht op teleurstelling’, zegt Mohamed Romdhani.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift