Wie heeft mijn fiets gezien?

In de Argentijnse stad Rosario zie je ze op willekeurige plaatsen tegen de muren: zwarte herenfietsen. Vanaf de overkant van de straat is er niets bijzonder aan. Maar van dichtbij wordt duidelijk dat het silhouetten zijn die met spuitbus & sjabloon op de muren zijn aangebracht.
Op totaal andere plaatsen in de stad, lees je op de muren: ‘Heeft iemand een fiets gezien die ik hier achterliet?’
Een leuke grap, dacht ik. Tot ik enkele dagen later heel toevallig het ware verhaal achter die gestencilde tweewielers hoorde.
Het zijn fietsen die al dertig jaar wachten op hun eigenaars, die tijdens de militaire dictatuur (’76-’83) het slachtoffer werden van de staatsrepressie. Ze werden gearresteerd in de universiteit, op straat of op het werk en nooit meer teruggezien. En de fietsen, die bleven achter.
Met de ‘verschijning’ van de fiets in het straatbeeld, wil kunstenaar Fernando Traverso aan de ‘afwezigheid’ van de vermisten herinneren én een antwoord zoeken op de vraag: ‘Waar zou de eigenaar van de fiets zijn?’. Hij gaf elke fiets een nummer
van één tot driehonderd vijftig. Evenveel als er vermisten zijn in de stad Rosario.
Waar een fiets overschilderd werd, spoot Fernando Traverso: ‘Heeft iemand de fiets gezien die ik hier heb achtergelaten?’. Dat is weeral een verwijzing naar de vermisten (¿Dónde están los desaparecidos?).
Later is de gestencilde tweewieler een eigen leven gaan leiden. Voor velen is het de fiets waarmee Pocho zich door de straten van Rosario bewoog. Pocho was een geliefde gemeenschapswerker die een tragische dood stierf op het hoogtepunt van de Argentijnse crisis in december 2001. Hij was aan het werk in een gaarkeuken voor sloppenwijkkinderen, toen er werd geschoten op straat. Het waren rellen die uitbraken tussen de ordediensten en de bevolking. Toen hij naar buiten kwam, om de gemoederen te bedaren, werd hij getroffen met een kogel in de nek. Hij stierf ter plekke.
“Laat de wapens zakken, hier zijn kinderen aan het eten,” zingt  León Gieco, Argentinië’s grootste protestzanger in een lied opgedragen aan Pocho, dat heel toepasselijk ‘De fietsenengel’ heet.
Bij veel gestencilde fietsen staat geschreven ‘Pocho vive’. En de mieren die overal in de stad zijn gespoten, geschilderd en getekend zijn, illustreren Pocho’s werklust. Want zijn inzet voor de allerarmsten kende geen grenzen. 
Foto genomen door Szen Volta en beschikbaar onder een Creative Commons-licentie
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift