Terug naar Start

Vorig jaar keerden 2811 migranten vrijwillig terug naar hun thuisland. België hielp hen via het REAB-programma aan de nodige documenten, gaf hen een vervoerticket en 250 euro zakgeld. Sinds 2006 kunnen kandidaat terugkeerders ook aankloppen bij het Reïntegratiefonds, dat hen extra begeleidt. Geen overbodige luxe, want terugkeren naar het land dat je definitief dacht te verlaten, is opnieuw vertrekken.
‘Ik kijk er het meest naar uit om in Tasjkent opnieuw aan de slag te gaan. Hier heb ik vijf jaar op non-actief gestaan. Ik zat in de asielprocedure en mocht niet werken. Terwijl het leven hier verder kabbelde op dat typische rustige Belgische ritme, kon ik er geen deel van uitmaken. Dan bots je tegen muren van traagheid.’ De Oezbeekse osteopate Anna (fictieve naam, nvdr) keert volgende maand definitief terug naar haar thuisland, samen met haar dochter van negentien.
Anna’s verblijf in ons land leverde haar niet de nodige Belgische verblijfspapieren op, wel een extra levenservaring. Haar aanvraag tot regularisatie is nog niet afgehandeld, ook bij de Raad van State ligt haar dossier nog voor. Het maakt haar niet meer uit, ze wil terug. ‘Ik zal de oneindige mogelijkheden en mijn vrienden hier missen. Maar ik kijk ook uit naar mijn familie ginder, de Oezbeekse badhuizen, het sociale leven dat er veel hechter en minder gesloten is dan hier. Spijt? Nee, ik heb hier veel geleerd, vooral over mezelf.’
Anna ontvluchtte haar land op zoek naar veiligheid en bescherming. Twee van haar broers werden vermoord, wie erachter stak weet ze niet, of wil ze niet kwijt. ‘Vroeger was alles te koop in Oezbekistan. De maffia was overal aanwezig, er was overal corruptie, zelfs bij sommige overheidsfunctionarissen. Het is veranderd, verzekeren mensen ginder me. Het regime is democratischer, het land is stabieler en veiliger geworden.’ Anna, die haar hebben en houden verkocht voor haar overtocht naar België, gebruikt het extra geld van het Reïntegratiefonds om haar eerste huurgeld te betalen en tweedehands meubeltjes te kopen. De terugkeer naar haar oude bestaan maakt haar niet echt bang. Het enige waar ze echt bang voor is, is dat haar landgenoten haar asielaanvraag in België als landverraad zullen zien. Daarom ook wil ze niet met haar echte naam in MO*.

Opnieuw een nieuw begin


Anna’s reïntegratiedossier is een van de 172 die sinds de opstart van het fonds zijn goedgekeurd. In 2006 waren er dat in totaal 106. Sinds 1984 organiseert het Belgisch bureau van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), met steun van het ministerie van Maatschappelijke Integratie, het REAB-programma om mensen bij te staan die vrijwillig terugkeren naar hun land.
Vanaf juni 2006 kunnen kandidaat terugkeerders bij het nieuwe Reïntegratiefonds extra begeleiding aanvragen voor de sociale en economische reïntegratie in hun thuisland. De beheerder van het fonds –waarvoor minister Dupont vorig jaar 270.000 euro opzij zette– is Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers. Fedasil werkt samen met vier partners. Terwijl IOM en Caritas International wereldwijd werken, werken Vluchtelingenwerk Vlaanderen en zijn Franstalige partner CIRE in de Russische Federatie, DR Congo, Albanië en Armenië.
Het Reïntegratiefonds geeft recht op een bijkomende steun van 700 euro per persoon, met een plafond van 1750 euro per gezin, uitbetaald in het thuisland. Daarvoor moeten aanvragers in België al motiveren hoe ze dat geld zo duurzaam mogelijk willen investeren. Dat kan gaan van het lenigen van de eerste noden over het volgen van een opleiding tot het opstarten van een micro-onderneming. De reïntegratiepartners willen vooral dat laatste stimuleren. De aanschaf van een tweedehandse wagen om als taxichauffeur in Ghana te beginnen, de aankoop van koeien om zich als boer te herinstalleren in Roemenië, de aankoop van professioneel materiaal om in Servië manden te gaan maken: de voorstellen variëren.

Vrije wil


Terugkeer is voor veel mensen zonder papieren het enige alternatief voor een leven in de illegaliteit, vertelt Charlotte Vandycke van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. ‘Onze lokale partners volgen hen een jaar op, bieden bijstand voor vragen en problemen over reïntegratie, en verwijzen hen indien nodig door naar andere lokale hulporganisaties. Mensen moeten hier al weten wat ze ginder mogen verwachten. De informatie die we kandidaat terugkeerders geven, helpt hen bewuster te kiezen. Dat kan dus ook betekenen dat ze niet gaan.’
De groep migranten die een beroep doet op het reïntegratieprogramma is heel divers. Opvallend is dat voor het eerst meer Afrikanen kiezen om terug te keren, zegt Joan Ramakers van Fedasil. ‘Mensen in onze opvangcentra, van wie de situatie vaak uitzichtloos is, gaan sociaal dood. Via reïntegratieprogramma’s kunnen we hen stimuleren om opnieuw een levensproject op te starten. Hun houvast is het idee dat ze er niet alleen voorstaan, niet die extra geldsom.’ Via Caritas International keerden vooral veel Armeniërs terug, wellicht te danken aan de goed uitgebouwde netwerken ginder en aan het feit dat Caritas International hier over tolken beschikt die mensen in hun eigen taal te woord staan.

Kinderziekten


Volgens Vandycke maakt het Reïntegratiefonds zijn opdracht van ondersteuning bij reïntegratie nog niet waar. De definitie van wat ondersteuning juist inhoudt, ontbreekt, net als de visie op een duurzaam reïntegratieprogramma.‘De langetermijnvisie ontbreekt nog in deze opstartfase, het fonds werkt nog te projectmatig.’ Fedasil bevestigt. ‘We moeten continu bijschaven en rechttrekken. We moeten ook onze communicatie beter stroomlijnen, met onze partners een beter gemeenschappelijk beleid voeren. Maar we moeten ook af van een te beperkte invulling van het woord “opvang”. Terugkeren is geen falen van ons opvangbeleid, net zomin als terugkeerprogramma’s instrumenten zijn om aan migratiemanagement te doen. Het Reïntegratiefonds is een sociaal instrument binnen een humanitair opvangkader, de laatste sociale schakel binnen het opvangwerk. Ik kom zelf uit een niet-gouvernementele vluchtelingenorganisatie. Ik weet hoe gevoelig het ligt, maar je moet als organisatie de klik kunnen maken en loslaten.’

Veiligheidsaspect


De meeste terugkeerders zitten vooral met echte reïntegratievragen: zal hun kind kunnen aansluiten in de lokale school, is de gezondheidszorg voldoende? Zij die willen terugkeren naar instabiele regio’s, worden afgeraden om te vertrekken. Maar hen tegenhouden kan niet, vermits het om een vrije keuze gaat, vertelt Pascal Reyntjens (IOM).

Vorig jaar keerden via het gewone REAB-programma 34 Irakezen terug, ondanks de internationale oproep van de wereldvluchtelingenorganisatie UNHCR om geen Irakezen terug te sturen naar het land. ‘Het ging hier voornamelijk om Koerden uit Noord-Irak, waar de situatie relatief stabiel is. We hebben vroeger wel Irakezen gehad die wilden terugkeren naar Bagdad. Daar hebben we toen een complete vluchtroute via Jordanië voor uitgestippeld, omdat de luchthaven van Bagdad gesloten was.

Het was gevaarlijk, maar ze zijn toch vertrokken.’ Veiligheid betekent ook dat mensen moeten kunnen genieten van voldoende levenskwaliteit, vertelt Bart Cosyns van Caritas International. ‘Vorig jaar hadden we een koppel met een zwaar gehandicapt kind dat terug naar Oekraïne wou. Gebrekkige voorzieningen en de lange afstanden ginder stonden een menswaardige opvang voor hun kind echter in de weg. Op grond daarvan hebben die mensen hier een nieuwe regularisatieaanvraag ingediend.’ 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur